geschiedenis internationaal

Beknopte weergave in jaartallen

Het begin
Kort na het einde van de Eerste Kruistocht (1096-1099) is er al sprake van een hospitaal voor leprozen buiten de muren van Jeruzalem. Het oudst bekende document (ca. 1115) spreekt van het leprosis Sancti lazari. Ons woord lazaret voor veldhospitaal herinnert daar nog aan.

1154
Na zijn terugkeer van de Tweede Kruistocht de uit het Heilige Land schenkt koning Lodewijk VII goederen bij Boigny nabij Orleans aan de Orde.

1227
In zijn bul refereert paus Gregorius IX aan de broeders, ridders en geestelijken van Sint Lazarus. Dat betekent dat de orde een militaire rol is gaan spelen. Eigentijdse bronnen maken daar ook gewag van.

1244
Na de val van Jeruzalem vindt de slag bij La Forbie plaats waarbij meer dan 5000 kruisvaarders sneuvelen waaronder alle deelnemende ridders van Sint Lazarus.

1256
Ondanks militaire tegenslagen is de Orde in het Heilige Land, maar ook in de thuislanden, flink gegroeid. Haar bestaan als orde onder de regel van Augustinus wordt door paus Alexander erkend.

1288
Boigny wordt verheven tot baronie.

1291
De militaire orden, waaronder die van Sint Lazarus, nemen deel aan de (1189-1191) waarbij alle ridders van Sint Lazarus sneuvelen en de orden uit het Heilige Land worden verdreven. De Orde trekt zich terug op haar Europese hoofdkwartier te Boigny. Andere huizen in Europa blijven daaraan ondergeschikt .

1400 – 1500
Lepra neemt sterk af in Europa . De Orde verliest daarmee de reden van haar bestaan, met als gevolg, de poging van paus Innocentius VIII om de orde te doen opgaan in de Johanniter Orde  (1489). Dat mislukt door hevig verzet van de Lazaristen.

1517
Paus Leo X probeert het opnieuw, maar nu met een zetel in Capua in Zuid Italië. Er ontstaat een schisma tussen de Italiaanse en de Franse Ridders. Gesteund door de Franse koning Hendrik III blijven de Fransen in Boigny.

1572
Emmanuel Philiberto , hertog van Savoye  voegt de Orde samen met de Orde van de Heilige Mauritius tot de Orde van de Heiligen Mautritius en Lazarus en neemt het grootmeesterschap op zich. Ook deze orde bestaat nu nog als huisorde van het Huis van Savoye.

1608
De Franse koning Hendrik IV, rechts op de foto, brengt het bestuur en de bezittingen van de Orde van Sint Lazarus en de nieuwe pauselijke Orde van Onze Lieve Vrouwe van de Berg Karmel onder in een nieuwe orde: Ordres Royaux Militaires et Hospitaliers de Saint Lazare et de Notre-Dame de Mont Carmel. De ridders behouden ten dele hun eigen onderscheidingstekens gebaseerd op het groene achtpuntige kruis.

1720
Filips van Orléans, hertog van Orléans, regent van Frankrijk van 1715-1723, benoemt zijn zoon Louis van Orléans, hertog van Chartres (1703-1755) tot grootmeester van de verenigde Orden. Tot aan de Franse revolutie is een lid van het Franse koninklijk huis grootmeester of protector van de Orden.

1789
Met het uitbreken van de Franse revolutie komt er een einde aan het bestaan van de ridderlijke orden,
waaronder de verenigde Orden van Sint Lazarus en van Onze Lieve Vrouwe van de Berg Karmel.

1814
Na de val van het keizerrijk verzoekt de Franse senaat Lodewijk van Bourbon om het Franse koningschap te hernemen. Hij bestijgt de troon als Lodewijk XVIII en herstelt alle ridderlijke orden van het Ancien Régime, waaronder ook de orde van Sint Lazarus. Hij aanvaart het beschermheerschap maar draagt het gezag over aan de hertog van La Châtre. De Orde heeft niet meer het prestige van vroeger maar herstelt zich geleidelijk.

1830
Koning Karel X, de opvolger van Lodewijk XVIII, wordt gedwongen om af te treden en wordt opgevolgd door Lodewijk Filips uit het huis Orléans. Alle ridderlijke orden worden afgeschaft behalve het Legioen van Eer. De Orde verliest haar koninklijke protectie, en houdt staatsrechtelijk op te bestaan. De leden gaan verder als autonome organisatie.

midden 19 de eeuw
De Tweede Franse Republiek (1848) is niet bevorderlijk voor het ridderwezen. In 1850 zijn er nog maar twintigleden over, voor een deel nog uit de tijd van het Ancien Régime. Wel zijn er hernieuwde charitatieve initiatieven onder andere voor de ondersteuning van de herbouw van het klooster van Onze Lieve Vrouwe van de Berg Karmel bij Haifa, rechts op de foto. Tegelijkertijd bezoekt de Melkitische Patriarch Maximos III Malzoum Parijs. In 1838 was  door paus Gregorius XVI aan hem de verantwoordelijkheid voor alle christenen in het Heilige Land gedelegeerd. Hieronder ook de oorspronkelijke pauselijke fons honorum die nooit is ingetrokken, geen contrarius actus Fons honrum is Latijn voor de term “bron van aanzien’” waarmee aangeduid wordt wie gerechtigd is om maatschappelijke eerbewijzen te creëren en te verlenen.

1898 – 1914
Rond de eeuwwisseling vinden verscheidene organisatorische veranderingen plaats. De kanselarij wordt hersteld in Parijs. De statuten worden vernieuwd. De orde heet nu Chevaliers Hospitaliers de Saint Lazare et de Notre Dame de la Merci. In 1911 geeft de patriarch Cyril VIII zijn zegen aan de Orde en dankt de ridders voor hun liefdadige werk in het Heilige Land, foto rechts.

1918
De wereldoorlog eindigend met de val van het Ottomaanse Rijk heeft grote gevolgen voor het werk van de orde. In 1919 wordt een nieuwe patriarch gekozen: Demetrius I Cadi. Onder zijn protectie en die van zijn opvolger versterkt de Orde haar positie. Ze ondersteunt het werk van de priesters in door armoede getroffen dorpen in het nabije Oosten.

1927
Ingevolge de Franse wetgeving betreffende niet-gouvernementele organisaties worden de statuten herzien.
De Orde heet nu Association Française de Saint Lazare de Jerusalem en breidt zich uit over de grenzen, onder andere naar Spanje, Polen en zelfs naar de Verenigde Staten. In 1929 alleen al treden vijftig nieuwe leden toe, waaronder in Spanje don Francisco de Borbón y de Borbón en in Amerika de aartsbisschop van New York, kardinaal Hayes.

1930
Het kapittel besluit pogingen te doen om de band met het Huis Bourbon te herstellen.

1935
Z.K.H. Franciso de Paula de Borbón y de la Torre, hertog van Sevilla en Grande van Spanje neemt met toestemming van zijn verwant koning Alfonso XIII het grootmeesterschap aan. Hij zet zich in voor de herleving van de traditionele dubbele doelstelling van de Orde: hulp en steun aan lepralijders – en andere besmettelijke huid- en geslachtsziekten – en verdediging van het Christelijk geloof.

1952
De hertog van Sevilla overlijdt. Zijn zoon don Francisco Enrique de Borbón y de Borbón, foto rechts, wordt benoemd tot zijn waarnemer en later tot zijn opvolger. Sindsdien staat er een lid van het Huis de Borbón aan het hoofd van de Orde, met uitzondering van de periode 1969-2008.

1960
Het lidmaatschap van de Orde wordt opengesteld voor alle christenen, ongeacht hun kerkelijke denominatie. De enige voorwaarde is dat men gedoopt is. Dat maakt de enorme groei van de Orde en uitbreiding in Groot Brittannië en Amerika mogelijk. Onder Anglo-Saksische invloed wordt de Orde gemodelleerd naar het voorbeeld van de Britse Protestantse Most Venerable Order of St. John.

1969
Onenigheid over het te voeren bestuur en beleid leidt tot een schisma, waardoor er in feite twee orden of obediënties ontstaan, elk met een eigen grootmeester: de Spaanse tak, na de verplaatsing van de zetel der Orde naar Malta , Malta obedience genoemd en de Franse tak onder de hertog van Brissac en zijn opvolgers de Paris obedience. De Hertog van Brissac was grootmeester van 1986 – 2004, rechts op de foto.

1973
Op 17 mei wordt het Castello Lazun op Malta betrokken, als officiële residentie.

2004
In de Paris obedience scheidt zich opnieuw een aantal leden af onder het grootmeesterschap van prins Charles Philippe, hertog van Anjou, en beschermheerschap van zijn oom Henri d’Orléans, de graaf van Parijs.

2008
Hereniging van de Parijse obediëntie en de Maltese obediëntie onder grootmeesterschap van Don Carlos Gereda y de Borbón, rechts op de foto, en het geestelijk patronaat van de Melkitische Patriarch van Antiochië Gregorius III Laham. De Orléans obediëntie blijft onafhankelijk.

 

 

2017
Don Carlos Gereda y de Borbón rechts op de foto, overlijdt en wordt opgevolgd door zijn neef don Francisco de Borbón, Graaf von Hardenberg, rechts op de foto, met erkenning van de Spaanse koning Filips VI.

 

 

                                                                               2019
Bisschop Joseph Absi, foto onder, is op 21 juni 2017 verkozen tot nieuwe patriarch van de Grieks-Melkitische katholieke Kerk. Hij volgt emeritus patriarch Grégoire III Laham op, die in mei 2017 op emeritaat ging. De keuze van de synode is op 22 juni 2017 bevestigd door Paus Franciscus.